Verder lezen?

Altijd en overal antwoord op al je HR vragen

Start vandaag

Al abonnee?

Login

Let op De Engelse vertaling is naar Nederlands recht!
Laatste update 1 december 2020
Bewerker(s): mr. Rob Duijn

De meeste werkgevers bieden hun werknemers een pensioen. Dit pensioen is een aanvulling op het AOW-pensioen dat voor alle Nederlanders geldt.

  • Allereerst leggen we het begrip pensioen uit in arbeidsrechtelijke zin en in de zin van de loonbelasting.
  • Wanneer een werkgever een pensioenregeling aan zijn werknemers aanbiedt, ontstaat er een driehoeksverhouding tussen de werkgever, de werknemer en de pensioenuitvoerder.
  • Naast een pensioenregeling hebben alle werknemers recht op een AOW-pensioen en in voorkomende gevallen op een Anw-pensioen.
  • Pensioen kunnen op verschillende manieren worden gefinancierd: via een omslagstelsel en door een kapitaaldekkingsstelsel.
  • Er bestaan in Nederland verschillende pensioensystemen: een opbouwsysteem/uitkeringssysteem en een beschikbarepremiesysteem. Ieder systeem heeft zijn eigen kenmerken en fiscale randvoorwaarden die we hier uitleggen.
  • Werknemers die gelijke arbeid verrichten, moeten in het algemeen ook gelijke arbeidsvoorwaarden hebben. Deze gelijke behandeling geldt uiteraard ook voor de arbeidsvoorwaarde pensioen. Het gaat bijvoorbeeld om gelijke behandeling van mannen en vrouwen, gelijke behandeling van fulltimers en parttimers en gelijke behandeling naar leeftijd.
  • Het is ook mogelijk om naast een basisregeling de werknemer een vrijwillige pensioenregeling aan te bieden. De werknemer heeft dan de keuze om wel of niet deel te nemen.
  • Een alternatief voor een pensioenregeling is banksparen. Periodiek wordt dan een bedrag op een geblokkeerde spaarrekening gestort. Dit moet altijd bij een krediietinstelling gebeuren.
  • Degenen die meer verdienen dan € 112.189.- (de maximumgrondslag voor pensioenopbouw in 2021), kunnen onder voorwaarden een oudedagsvoorziening treffen voor het meerdere. Deze voorziening kunnen zij treffen in de tweede pijler (dit is de netto-pensioenregeling) en in de derde pijler (netto-lijfrente).
  • Bij indiensttreding moet je een werknemer tijdig informeren of je hem een pensioenregeling aanbiedt. De pensioenopbouw stopt als de werknemer uit dienst treedt.
  • Pensioenopbouw kan plaatsvinden over perioden waarin na onvrijwillig ontslag loongerelateerde uitkeringen worden ontvangen. Daarnaast kunnen onder voorwaarden perioden van ten hoogste drie jaren direct volgend op ontslag worden aangemerkt als pensioengevende diensttijd.
  • Speciale gebeurtenissen, zoals samenwonen en trouwen, scheiden, werkloosheid, verlaging of verhoging van salaris, kunnen van invloed zijn op het pensioen van de werknemer.